Het gemeten ‘zelf’
Het gemeten ‘zelf’: De invloed van meten en wegen van het lichaam op het zelfbeeld.
Het lichaam is een kruispunt van biologische materie en culturele betekenis dat zich aanpast aan de tijdsgeest. Hoe we over ons lichaam spreken, hoe we het ervaren, meten, wegen, beoordelen, vieren of straffen weerspiegelt diepgaande ideeën over identiteit, sociale normen, gezondheid, schoonheid en zelfdiscipline. In deze literatuurbespreking richt ik mij op twee teksten die dit spanningsveld vanuit verschillende perspectieven benaderen om de volgende vraag te beantwoorden: In welke mate heeft het meten en wegen van het lichaam invloed op het zelfbeeld?
Het lichaam als kwantificeerbaar object
De weegschaal is van een medisch instrument veranderd in een kermisattractie en vervolgens in een huishoudelijk apparaat dat voor iedereen toegankelijk is. Het wegen is daarmee onderdeel geworden van alledaagse praktijk. Sysling beschrijft hoe deze ontwikkeling heeft bijgedragen aan de toename van controle en zelfdiscipline waarbij individuen zichzelf voortdurend moeten wegen en evalueren en ligt de sociale druk op de eigen verantwoordelijkheid om te voldoen aan de geldende gezondheidsnormen. Dat maakt het wegen een sociale praktijk die verbonden is met geldende normen met betrekking tot gezondheid, moraliteit en identiteit.[3] Het getal op de weegschaal reduceert het lichaam tot een kwantificeerbaar object en tegelijkertijd beïnvloedt wegen en evalueren ook hoe iemand het lichaam ervaart. Hier raakt het objectieve ‘hebben’ aan het subjectieve ‘zijn’, zoals Halsema ook aangeeft. Het lichaam is niet slechts een object, maar ook een beleefde werkelijkheid.[4] Schaamte, trots of teleurstelling tonen dat meten diep in de subjectieve ervaring kan ingrijpen. Wanneer iemand op een weegschaal staat, wordt niet alleen het lichaam gemeten, maar wordt ook de eigenaar van dat lichaam beoordeeld. Dit versterkt daarmee de intensiteit waarmee men zijn lichaam ‘is’, en dat maakt duidelijk dat ‘hebben’ en ‘zijn’ niet strikt te scheiden zijn. Ondanks dat Halsema erkent dat de aandacht voor uiterlijk en gezondheid bijdraagt aan het ervaren van het lichaam, blijft zij echter de scheiding tussen het lichaam ‘zijn’ en ‘hebben’ benadrukken.[5]
Anno 2026 lijken we terug in de tijd te gaan en worden mensen weer in het openbaar gemeten door geavanceerde weegschalen zoals de InBody scan. De metingen vinden onder andere plaats tijdens groepsconsulten in wijkcentra onder begeleiding van een multidisciplinair team, waaronder een huisarts, buurtsportcoach, diëtist en maatschappelijk werker.[6]
Deze InBody weegschalen meten niet alleen het gewicht maar ook de spiermassa, vetpercentage, visceraal vetniveau en je ziet direct op het resultatenblad of je binnen de norm valt.[7] Wie dat niet doet krijgt te maken met de buurtsportcoach of diëtist. Deze experts vertellen hen hoe zij hun leefstijl kunnen aanpassen zodat ze terugkeren naar die felbegeerde norm, maar wat doet dit met de mensen zelf? Hoe ervaren zij hun lichaam na het zien van de rode cijfers en het aanhoren van het leefstijladvies
De spanning tussen het gemeten en ervaren lichaam
Gewicht en gezondheid zijn historisch veranderlijke normen. Toch worden zij vaak gepresenteerd als objectieve waarheden.[8] Het individu internaliseert maatschappelijke standaarden en toetst zichzelf eraan. Het getal op de weegschaal wordt een morele beoordeling: gezond of ongezond, gedisciplineerd of nalatig. Hierdoor verschuift de aandacht van het lichaam als geleefde ervaring naar het lichaam als beoordeelbaar object.
Halsema stelt, dat dit kan leiden tot een verarming van het begrip lichamelijkheid omdat het lichaam naast object van normering ook een plaats is van pijn en kwetsbaarheid.[9] Wanneer het lichaam primair via cijfers wordt begrepen, dreigt die ervaringsdimensie onderbelicht te raken.
De spanning tussen het lichaam als onderdeel van het ‘zelf’ en het lichaam als object ontstaat echter pas wanneer het lichaam niet voldoet aan de norm. Het ‘zelf’ kan zich vervreemd voelen van het eigen lichaam: men ís zijn lichaam, maar tegelijk lijkt het lichaam een tekortschietend object dat gecorrigeerd moet worden. Deze spanning maakt zichtbaar hoe normering het innerlijk raakt. Het lichaam wordt een plek waar maatschappelijke eisen en persoonlijke identiteit botsen.
Conclusie
Zowel Halsema als Sysling laten zien dat het lichaam niet alleen een biologisch object is, maar ook persoonlijk beleefd wordt. Het lichaam is dus nooit neutraal. Het wegen en meten van het lichaam veroorzaakt mogelijk spanning wanneer het resultaat niet overeenkomt met het zelfbeeld. De ervaring van schaamte of falen toont hoe diep normatieve kaders inwerken op de persoonlijke identiteit. Maar is dit niet juist de spanning die we als mens nodig hebben om onszelf te ontwikkelen tot een betere versie van onszelf, vóór onszelf? Ik stel daarom dat het meten en wegen van het lichaam juist bijdraagt aan het ervaren lichaam als onderdeel van het ‘zelf’.
Deze spanning vraagt echter om kritisch te blijven reflecteren op gezondheidsnormen. Bijvoorbeeld door deze als gemiddelden en in samenhang met andere factoren of op een continuüm te presenteren in plaats van waarheden. Daarnaast is het van belang om beleid met betrekking tot gezondheidsbevordering en leefstijlinterventies die zich richten op de eigen verantwoordelijkheid van het individu te heroverwegen. Daarbij is het van belang gezondheid en leefstijl te plaatsen binnen de context van de omgeving waarin we continu verleid worden door ongezonde keuzes. Tenslotte is het van belang tijdens de publieke meting en de daaropvolgende coaching trajecten aandacht te blijven hebben voor het perspectief van het individu en diens persoonlijke normen en idealen. Zo kan er gewerkt worden aan een betere match tussen het ervaren ‘zelf’ en het gemeten ‘zelf’.
Bronnen
- [1] Sysling, Fenneke, ‘Lichtgewicht, zwaargewicht. Anderhalve eeuw op de weegschaal’, LOCUS, 26 november 2019.
- [2] Halsema, Annemie, ‘Het lichaam zijn en hebben. Een kritiek op Butlers constructivistische visie op het lichaam’, Tijdschrift voor Genderstudies 3 (2000) afl.1, 28-35.
- [3] Sysling, Fenneke, ‘Lichtgewicht, zwaargewicht. Anderhalve eeuw op de weegschaal’.
- [4] Halsema, Annemie, ‘Het lichaam zijn en hebben. Een kritiek op Butlers constructivistische visie op het lichaam’.
- [5] Ibidem.
- [6] Van groepsgericht naar zorg op maat: ‘Het groepsconsult vormt de brug van medisch naar sociaal domein’ – Gezond en Gelukkig Den Haag, laatst geraadpleegd op 7 maart 2026.
- [7] Resultsheet – InBody Europe, laatst geraadpleegd op 7 maart 2026.
- [8]Sysling, Fenneke, ‘Lichtgewicht, zwaargewicht. Anderhalve eeuw op de weegschaal’, LOCUS, 26 november 2019.
- [9] Halsema, Annemie, ‘Het lichaam zijn en hebben. Een kritiek op Butlers constructivistische visie op het lichaam’, Tijdschrift voor Genderstudies 3 (2000) afl.1, 28-35.
